De Nederlandse Orgel Federatie

NOF logo


Laatst bijgewerkt op:
05-08-2009

Nederlandse Orgel Federatie

tot behoud van theaterorgels
terug naar vorige pagina. naar (to) "Home-Page" nieuws van/over de NOF Show texts in English

de geschiedenis van het Compton A-255 orgel

Ga naar de introductie-pagina
Informatie over/van het bestuur
Informatie over lidmaatschap van de NOF
theater-orgels in Nederland
Organisten die voor de NOF speelden
wat zijn de toegansprijzen voor de concerten?
Wat is een theaterorgel?
links naar andere pagina's van (orgel-)liefhebbers op het WWW
concertagenda
abonneer U op de mailinglist
teken het gastenboek
De e-mail adressen van de NOF

Die geschiedenis begint officieel op 20 april 1935. Op die dag speelde in het gloednieuwe Astoria theater in Folkestone (Zuid-Engeland) het eveneens nieuwe Compton theater-pijporgel voor de eerste keer. Dat theater kostte toen - en dat was waarschijnlijk inclusief het orgel - 55.000 pond.

Van het theater zelf werd gezegd dat het de modernste bioscoop was van de hele Engelse zuidkust: althans dat vond 'County Cinemas', de eigenaar van het theater. De openingsfilm was 'The gay divorcee' met in de hoofdrollen Fred Astaire en Ginger Rogers. En het was Leslie Holman die de eerste orgelintermezzo's verzorgde. De speeltafel zag er toen overigens heel wat anders uit dan tegenwoordig. Aan beide zijden had de speeltafel indertijd imposante uitbouwsels en het geheel was uitgevoerd in goudkleur.

Het orgel verliet de fabriek - The John Compton Organ Company of London - als de '3/6 A-255'. Daarin is A-255 het fabrieksnummer, 3 staat voor 3 manualen en de 6 verwijst naar de 6 ranks (zie dispositie).

Snel naderden ondertussen de oorlogsjaren. Het waren de jaren waarin het orgel via het amusement grote bekendheid kreeg onder de militairen, maar ook de jaren waarin het voortbestaan van het orgel nogal eens bedreigd werd omdat het onder bombardementsvuur kwam te liggen. Gelukkig kwam het orgel ongeschonden door de oorlog en vanaf die tijd was Handel Evans de vaste organist. Maar ook andere organisten als Louis Mordish en William Davies bespeelden het orgel.

Helaas, ook de A-255 bleek geen uitzondering in de geschiedenis van de theaterorgels. Het deelde dus voluit in de vervalperiode en het was in 1968 aan een grondige opknapbeurt toe. Die opknapbeurt werd uitgevoerd door twee tieners, aldus werd gemeld aan de Cinema Organ Society op 26 mei 1968. Dat dat door twee jongelui gebeurde, zal wel tekenend zijn voor de waarde die aan het orgel werd gehecht in die periode.
Inmiddels was het Astoria theater van naam veranderd: het heette nu Odeon theater. Maar het kon allemaal niet voorkomen dat het einde in zicht kwam: het was in januari 1974 dat het orgel daar voor het laatst bespeeld werd. Het Odeon theater had een andere eigenaar gekregen, Rank Leisure Services, en daarmee ook een andere bestemming. En zo werd het orgel na een kleine 40 jaren van dienst in februari 1974 ontmanteld en gedemonteerd.

Vanaf dat moment gaat het orgel aan een (internationale) zwerftocht beginnen. 10 februari 1974 wordt het orgel verplaatst naar Bulmer Essex en kwam daar thuis te staan bij John Wicks. Slechts twee jaar later, om precies te zijn in augustus 1976, werd de A-255 verscheept naar Nederland en kwam terecht in Maassluis. Het was nu eigendom van J. van den Doel die het daar wilde installeren. Dat liep echter anders en die installatie ging niet door. Maar ook het circustheater in Scheveningen, zo werd in maart 1977 bekend, zou geen tehuis worden voor de Compton. Het verhaal wordt bijna eentonig want nu verhuisde het orgel naar Horst (Limburg) en kwam onder de hoede van de familie Duijkers. In deze periode kreeg het orgel een nieuwe zwakstroomvoorziening. Dat was nodig omdat de dynamo die door de motor van de windmachine werd aangedreven, kuren ging vertonen. Op hun beurt moest de familie Duijkers het orgel ook weer van de hand doen wegens hun verhuizing naar elders. Dankzij het aanstekelijke enthousiasme van Arie Vonk, de beheerder van het Gereformeerd Jeugdgebouw in Pernis, kwam het orgel in februari 1984 naar Pernis om in het Jeugdgebouw van de Gereformeerde Kerk weer te worden opgebouwd. 

Vanaf dat moment is er door een team van vrijwilligers bijna drie jaar lang enthousiast en onafgebroken gewerkt om het orgel weer te installeren en waar nodig te renoveren. Dat laatste - renoveren - gebeurde o.a. met de gehele bedrading. Die is in de afgelopen drie jaar geheel vernieuwd. Een secuur en tijdrovend karwei, want er lopen alleen al van de speeltafel naar de pijpenkamers ruim 500 draden. Dan zwijgen we maar over de vele draden die naar alle afzonderlijke onderdelen van het orgel lopen.

Mag de bedrading dan niet meer origineel zijn, met enige trots kan dat wel gezegd worden van de rest van het orgel: het bestaat nog volledig uit de originele onderdelen. En dat mag tamelijk bijzonder genoemd worden. Het resultaat is nu dan ook dat de Gereformeerde Kerk in het Jeugdgebouw beschikt over een uniek - letterlijk! - instrument dat naast de specifieke eigenschappen van een rasecht theaterorgel ook geschikt is voor het begeleiden van kerkdiensten. De werkgroep hoopt dat zich vele gelegenheden zullen voordoen waarbij de Compton 316 A-255 als theaterorgel zal schitteren.

Tenslotte, met enthousiasme alleen bereik je nog niet wat er bereikt is. Het is dan ook dankzij de Commissie van Beheer van de Gereformeerde Kerk die de ruimten beschikbaar stelde en geschikt maakte, het is dankzij de financiële steun van bedrijfsleven, fondsen en stichtingen, maar ook dankzij de 'kleine beetjes' via bazaars dat deze herbouw kon plaatsvinden.

Blijft als allerlaatste over om de hoop uit te spreken dat Pernis een 'succesvol' thuis zal worden voor dit mooie Comptonorgel.
© Nederlandse Orgel Federatie