De Nederlandse Orgel Federatie

NOF logo


Laatst bijgewerkt op:
05-08-2009

Nederlandse Orgel Federatie

tot behoud van theaterorgels
terug naar vorige pagina. naar (to) "Home-Page" nieuws van/over de NOF Show texts in English

Theaterorgels en John Compton

Ga naar de introductie-pagina
Informatie over/van het bestuur
Informatie over lidmaatschap van de NOF
theater-orgels in Nederland
Organisten die voor de NOF speelden
wat zijn de toegansprijzen voor de concerten?
Wat is een theaterorgel?
links naar andere pagina's van (orgel-)liefhebbers op het WWW
concertagenda
abonneer U op de mailinglist
teken het gastenboek
De e-mail adressen van de NOF

Een aantal van ons herinneren zich ongetwijfeld nog de tijd dat bioscopen en theaters orgels bezaten, die vooral tijdens de pauzes werden bespeeld. En de oudsten onder ons weten misschien zelfs nog wel dat er geluidloze films werden gedraaid terwijl een orgel - of één of meer andere instrumenten - de filmbeelden ondersteunden. Dáár begint dan ook de geschiedenis van het 'theaterorgel'. Want de geluidloze film vroeg om een ondersteunende muzikale begeleiding. In het begin gebeurde dat op een bescheiden wijze: een kleine bioscoop, een korte film, een klein beeld en een piano. Maar allengs groeiden de bioscopen en de films. En daarmee groeide ook de behoefte aan meer permanente en uitgebreide muzikale begeleiding. In die behoefte werd aanvankelijk voorzien door orkesten. Maar het grotere aantal musici en de grotere hoeveelheid instrumenten deden de kosten stijgen: het werd te duur. Dat heeft geleid tot de ontwikkeling van het theaterpijporgel: één musicus en één instrument. In die ontwikkeling heeft John Compton met zijn staf een zeer belangrijke rol gespeeld.

Maar eerst iets over het theaterorgel zelf.

Het theaterorgel onderscheidt zich op een aantal punten van het 'gewone' kerkorgel. Het meest opvallende verschil is dat het theaterorgel ten opzichte van het kerkorgel een aantal 'extra's' heeft. Die 'extra's' kunnen bijv. zijn: trommels, bekkens, xylofoon, vibrafoon, castagnetten, bellen, sirenes. Uiteraard verschilt dat van orgel tot orgel naar gelang van de grootte van het orgel. Maar duidelijk zal zijn dat deze 'extra's' tot doel hebben om met allerlei soorten van geluid de filmbeelden te begeleiden.

Een ander belangrijk verschil met het kerkorgel is dat het theaterorgel een veel hogere winddruk heeft. Dat wil zeggen dat de pijpen met aanmerkelijk meer kracht worden aangeblazen. Het gevolg daarvan is een hardere en scherpere -'brutalere'- toon.

Het orgel wordt bespeeld vanaf de speeltafel. Er zijn echter verschillende systemen om het commando van de toets over te brengen naar de orgelpijp. Eén mogelijkheid is om dat te doen via stangen en kleppen die bewogen worden door de toets. In dat geval zit de speeltafel aan het orgel vast. Dit zogenoemde mechanische systeem zien we veelvuldig bij kerkorgels. Bij het theaterorgel kon dat niet omdat de speeltafel in het midden voor het podium stond en de pijpenkamers zich boven of naast het podium bevonden. Dat moest dus anders gebeuren.

Vóór John Compton waren de theaterorgels electro-pneumatisch; een combinatie dus van electriciteit en lucht. Daarbij werd de lucht niet alleen gebruikt om de pijpen te laten 'spreken', maar ook om allerlei andere zaken in het orgel te laten gebeuren. Het gevolg van dit systeem was dat er naast vele electrische draden ook vele luchtleidingen in het orgel liepen. Al met al was het een duur en kwetsbaar systeem. Op dit punt aangekomen moet de naam van John Compton genoemd worden. Want bij maakte als eerste de bediening van het orgel volledig electrisch. En dat had nogal wat voordelen. In de eerste plaats werd het systeem minder ingewikkeld en dus minder kwetsbaar. Vervolgens kon de relaiskast - te vergelijken met de telefooncentrale in het telefoonverkeer - teruggebracht worden tot een kast aan de wand die naar verhouding maar weinig ruimte in beslag nam. En om nog wat te noemen: dit electrische systeem was ideaal voor het bedienen van allerlei 'extra's' zoals de traps: knoppen boven de pedalen om met de voeten te bedienen en de nodige effecten te laten horen.

Het systeem nam een grote vlucht en John Compton heeft dan ook verreweg de meeste orgels in dit genre gebouwd. Bouwde hij in 1909 het eerste theaterorgel zoals wij dat kennen, in 1939 had hij reeds meer dan 500 kerk- en theaterorgels op zijn naam staan. De bloei van de theaterorgels werd echter tamelijk spoedig weer afgeremd door de komst van de geluidsfilm. Dat was omstreeks 1928. Uiteraard gebeurde dat niet van de ene op de andere dag, maar het betekende toch wel op enige termijn het ontslag van een behoorlijk aantal organisten. Gelukkig bleef er een plekje over voor het theaterorgel, want veel bioscoopbezoekers bleven gesteld op 'levende' muziek tijdens de pauzes. En zo gingen dus gelukkig niet meteen alle theaterorgels naar de opslagruimtes. Op wat langere termijn gebeurde dat met veel orgels wel. Helaas zijn heel wat theaterorgels - vaak juweeltjes van ambachtelijk kunnen - gesloopt en ergens op zolders of in loodsen terecht gekomen. Of nog erger: eenvoudig verdwenen. Wij zijn er daarom in Pernis geweldig trots op dat we dit Compton-orgel - en: in deze staat - in ons bezit hebben.

© Nederlandse Orgel Federatie