|
|
Een Theaterorgel is een pijporgel dat speciaal gebouwd werd voor de muzikale begeleiding bij 'stomme films'.
Het instrument bestaat uit een speeltafel waarvandaan de vele honderden pijpen en
andere instrumenten worden bediend. Het eigenlijke orgel bevindt zich in een
'orgelkamer': in deze ruimte (bijv. in Tuschinski onder het toneel, in het
'Theater a/d Schie' in Schiedam links en rechts van het toneel (prachtig
stereo-geluid!!) staan vele honderden orgelpijpen van verschillende lengte en
doorsnee opgesteld. De foto's rechts zijn genomen in de orgelkamer van Voorburg.
Door lucht aan de onderzijde in een pijp te blazen, gaat de pijp een bepaalde
toon zingen (hetzelfde principe als bij een blokfluit). Door de verschillende
lengte en dikte ontwikkelt elke pijp een bepaalde toonhoogte en klank. Alle
ventielen zijn dicht als er niet gespeeld word.
Van een bepaalde pijp, zeg de "A" wordt, door het indrukken van de toets
"A" op de speeltafel het ventiel onder de pijp geopend. Daardoor stroomt lucht door
de pijp, waardoor dus het geluid ontstaat. Door verschillende soorten pijpen
"A" te combineren (registreren) (elke pijp heeft zijn eigen klank,
maar wel toonhoogte "A"), kunnen meerdere 'klankkleuren' ontwikkeld
worden: daardoor ontstaat het fraaie geluid van een theaterorgel.
Behalve vele honderden orgelpijpen In
lengte variërend van enkele centimeters tot 16 voet (ongeveer 4 meter 80),
bevatten de orgelkamers ook nog andere instrumenten, variërend van trommels,
klokkenspel, bekkens en xylofoon tot sirenes voor de begeleiding en de
'effect-geluiden': omdat de orgels gebruikt werden bij stomme films, moesten er
vele verschillende geluiden mee gemaakt kunnen worden.
© Nederlandse Orgel Federatie
|